BOUKE DE VRIES | Gemeentemuseum Den Haag

WAR & PIECES
17-OKT-2015 T/M 28-FEB-2016

Er lijkt net een atoomramp te hebben plaatsgevonden in de installatie van Bouke de Vries. Op de acht meter lange tafel is, met de chemische wolk als middelpunt, een agressieve veldslag te zien bestaande uit duizenden scherven porselein gemixt met stukken plastic speelgoed. Met het monumentale War & Pieces brengt De Vries een hedendaagse interpretatie op de eeuwenoude decoratieve tafelstukken die in de 18de eeuw de tafels sierden. Speciaal voor het Gemeentemuseum maakte De Vries ook zijn eerste bestek, een ‘gevaarlijk’ ogende set met de naam ‘Kalasjnikov’. Zijn werk is een bijzonder contrast met de gereconstrueerde tafels in de tentoonstelling Nederland dineert, dat tegelijkertijd in het museum opent en een uniek kijkje in de geschiedenis van de Nederlandse tafelcultuur geeft.

Hedendaagse reactie op eeuwenoude tafelcultuur
Het was in de vorige eeuwen zeer gebruikelijk om een extravagant bal of banket te organiseren op de vooravond van een belangrijke veldslag – zoals het beruchte bal van de hertogin van Richmond voor de slag van Waterloo in 1815, precies 200 jaar geleden. De decoratieve tafelsculpturen van suiker, en later gemaakt van porselein, verbeelden klassieke allegorieën en misschien zelfs wel de naderende strijd.  In War & Pieces geeft Bouke de Vries (1960) een hedendaagse reactie op deze eeuwenoude tafelcultuur. In de installatie, dat naast oorlog, wanorde en agressie ook humor en schoonheid toont, haalt hij klassieke symbolen op een satirische – maar ook kritische – manier onderuit. Door hedendaagse referenties en objecten toe te voegen aan het antieke porselein slaat de hij een brug tussen het heden en verleden en creëert hiermee een eigen beeldtaal.

De schoonheid van het imperfecte
Vanuit zijn ambacht als restaurator werd Bouke de Vries geraakt door de schoonheid van het imperfecte, de deconstructie. Zes jaar geleden start hij daarom met het maken van kunstwerken van gebroken aardewerk dat niet meer te repareren is. “Een mooie 17de eeuwse soepkom met een klein scheurtje heeft weinig marktwaarde. Eigenlijk merkwaardig, want het is nog steeds prachtig om te zien. In plaats van het verbergen van barsten en scheuren, benadruk ik de onvolmaaktheid en geef het porselein een nieuw leven”, vertelt de keramist. Nooit maakt hij objecten moedwillig kapot voor zijn werk, zijn eeuwenoude ‘brokstukken’ vindt hij online, op veilingen en op de antiekmarkt op Portobello Road in zijn woonplaats Londen.

War & Pieces, het grootse werk van de gelijknamige tentoonstelling, is een reizende installatie dat
De Vries elke keer aanpast aan de locatie. Oorspronkelijk is het werk gemaakt in 2011 voor het Holburne Museum in Bath. Ook was het onder andere te zien in Slot Charlottenburg in Berlijn, Chateau de Nyon, Zwitserland en op de Taiwan Ceramics Biennale. De tentoonstelling in het Gemeentemuseum Den Haag toont naast zijn grote installatie ook kleine sculpturen zoals een serie ‘memory jars’ glazen potten met scherven Delfts Blauw aardewerk, waarbij het glas de vorm toont van het originele object. “Homeland White” is een keramische landkaart van Nederland waarbij de Vries een collage maakt van stukken wit Delfts aardewerk uit archeologische vondsten.

GEMEENTEMUSEUM DEN HAAG

Stadhouderslaan 41
2517 HV Den Haag

ABOUT Bouke de Vries

Born 1960 in Utrecht, NL
Lives and works in London, UK

Bouke de Vries studied at the Design Academy  Eindhoven, and Central St Martin’s, London. After working with John Galliano, Stephen Jones and Zandra Rhodes, he switched careers and studied ceramics conservation and restoration at West Dean College. Every day in his practice as a private conservator he was faced with issues and contradictions around perfection and worth:

‘The Venus de Milo’ is venerated despite losing her arms, but when a Meissen muse loses a finger she is rendered virtually worthless.’

Using his skills as a restorer (c.f. Ron Mueck’s model-maker skills), his ‘exploded’ artworks reclaim broken pots after their accidental trauma. He has called it ‘the beauty of destruction’. Instead of reconstructing them, he deconstructs them. Instead of hiding the evidence of this most dramatic episode in the life of a ceramic object, he emphasises their new status, instilling new virtues, new values, and moving their stories forward.

The more contemplative works echo the 17th- and 18th-century still-life paintings of his Dutch heritage, especially the flower paintings of the Golden Age, a tradition in which his hometown of Utrecht was steeped (de Heem, van Alst, van Huysum inter alia), with their implied decay. By incorporating contemporary items a new vocabulary of symbolism evolves.

These ‘dead natures’ – natures morts – give everyday household objects, a plate, a milk jug, a teapot, a modern poignancy that refers back to the vanitas and memento mori paintings of that period. An installation in de Vries’s London house is arranged in the manner of Daniel Marot with white Delft domestic pottery rescued in fragments from 17th- and 18th-century rubbish tips, now dug up and partially pieced together. Among them are two small artists’ paint pots with the pigment still in them, as possibly once used by – who knows? – Vermeer or Rembrandt.

 

GO TO THE ARTIST PAGE