Art Forum Berlin 2006

Berlin
30.09.2006 - 04.10.2006

Ine Lamers zal de video ‘Progessive Oblivion’ en fotowerken tonen en Hans Op de Beeck heeft speciaal voor deze gelegenheid drie nieuwe sculpturen gemaakt. De galerie is geselecteerd voor de free-style section op de beurs.

Ine Lamers
In de presentatie van Ine Lamers worden een selectie fotowerken en een video getoond van een omvangrijk project genaamd Tolyatti. Sinds 2003 heeft Lamers de stad meerdere keren bezocht. Tijdens deze werkbezoeken zijn diverse deelprojecten in fotografie en film uitgevoerd.

Tolyatti (voormalig Stavropol aan de Wolga) is een model industriestad. De stad, in 1964 vernoemd naar de Italiaanse vakbondsman Palmiro Togliatti, herbergt nu ca. 700.000 inwoners en is pas in de jaren 50 van de vorige eeuw aan de oevers van een nieuw stuwmeer opgericht. De oude stad Stavropol moest destijds wijken voor Chroesjtsjovs 'cascade van waterkrachtcentrales', een gigantomanisch project om de Sovjet Unie met behulp van de rivier de Wolga te elektrificeren. De oude stad werd letterlijk door het stuwmeer verzwolgen.

Hans Op de Beeck
De drie nieuwe sculpturen met dezelfde titel ‘Bachelor still life’ zijn werken die in de lijn liggen van de film, sculpturale installatie, foto’s en tekeningen die Op de Beeck begin 2006 realiseerde rond het concept ‘tafel’ voor zijn solotentoonstelling ‘Tables’ in Wenen. In die werken toonde en ontmantelde hij subtiel maar genadeloos het tafelritueel als een complex knooppunt van gedragscodes, gecamoufleerde emoties en onuitgesproken wrijvingen. Door de beelden heen sluimerde steeds het potentiële ontsporen in agressie.

Via deze werken komt de kunstenaar nu terecht bij het oerklassieke concept van het stilleven. Waar hij in zijn recentste film ‘All together now’ heel nadrukkelijk de mens in beeld bracht, concentreert hij zich voor deze drie nieuwe werken op stillevens van gebruiksobjecten die iets specifieks vertellen over hun eigenaar, zijn eetgewoonten en zo ook zijn vermoedelijk verhaal.

Het lijkt alsof de kunstenaar voor deze drie sculpturen ongevraagd in de slordige keukens van enkele mannelijke vrijgezellen binnendrong om er een verzameling gebruiksvoorwerpen te stelen. De esthetisch weinig fraaie objecten (gebruikte borden, volle asbakken, gekraakte blikjes pils, een pan spiegeleieren, een potsierlijke plastic warmhoudkan) werden telkens nauwkeurig tot een hedendaags stilleven gecomponeerd alsof het waardevolle objecten betrof. De voorwerpen werden vertaald naar sculpturale interpretaties met een doorgevoerde vereenvoudiging. Ze zijn smetteloos wit en textuurloos met uitzondering van telkens één of twee hyperrealistisch nagebootste stukken voedsel.

De drie levensgrote stillevens houden het midden tussen schoonheid en banaliteit; het zijn als het ware verzamelingen restobjecten van anonieme dagdagelijkse levens hier en nu in het Westen.

Work